Reizigerservaringen

Ervaringen van onze reizigers


OP ZOEK NAAR DE SPOREN VAN PAUSTOVSKIJ

23 september – 3 oktober 2007

Op een van de door Netty van Rotterdam georganiseerde bijeenkomsten van de Paustovskij leesclub kwam zij met de vraag, wie er zin had om mee te gaan met een reis naar Armenië. Dat was voor Mieke Jansen en Gijs Geertzen niet tegen dovemansoren gezegd. Daarmee hadden we al direct het minimum aantal deelnemers dat het vermeende, aardige reisbureau Armenië Reizen als minimum stelde. Maar omdat we het busje toch liever wat voller zagen, begonnen we aan de werving. Niesje vroeg of ze niet te oud was, wat wij niet vonden, Marianne moest nog even diep nadenken. Elly zat eerst in Zuid-Afrika en toen weer in IJsland en voor Werner en Ria was een telefoontje genoeg, en toen zat ons busje vol. Helaas moest Mieke alsnog om persoonlijke redenen af laten weten.

Een eerste reisplan was gemaakt door Gerard, de man achter reisbureau Armenië Reizen. Maar wij als rechtgeaarde Paustovkijanen wilden nog wel graag iets hieraan sleutelen. Dat bleek ook allemaal te kunnen. Toegevoegd werd een treinreis waarover Paustovskij in “De sprong naar het zuiden” vertelt. Verder wilden we wel graag het zicht op Ani vanuit Armenië en als we toch in de buurt waren dan ook maar Nagorno Karabach. Niesje wilde nog perse naar het allermooiste klooster Tatev diep in het zuiden. Alles werd in de plannen opgenomen en zo gingen we op reis.

Ons eerste doel was natuurlijk de hoofdstad Yerevan. In het hart van de stad naast het Republic Square was ons hotel. De temperatuur was zeer aangenaam en al snel belandden wij om middernacht op een gezellig terrasje. De eerste Armeense wijnen en bieren werden geproefd. En dank zij Ria en Werner zaten we ‘s nachts aan de frieten die van uitstekende kwaliteit bleken te zijn.

Via een zeer drukke stad, met een nogal on-Hollandse manier van autorijden, voetgangers tellen al helemaal niet mee, de volgende morgen naar het klooster Geghard. Onderweg moesten we nog een stop maken bij de Ambassade van Nagorno Karabach, de enige plek ter wereld om een visum te krijgen. Geghard is een prachtig kloostercomplex in een kloof gelegen. Het is gedeeltelijk uitgehouwen in de rotsen. Voorzien van prachtig reliëfwerk aan gevels en rondom de deuren. Op de achtergrond hoorden we een solostem van een monnik opklinken vanuit de hooggelegen kerk. Vervolgens reisden we naar de zonnetempel Garni. De Grieks-Romeinse tempel was indrukwekkend. Dit is het meest oostelijke punt waar een Romeinse tempel staat. In 1875 verwoest door een aardbeving en pas in 1975 werd weer begonnen met de restauratie. En heel bijzonder was dat zestig procent van puinbrokken weer in de herstelde tempel is terecht gekomen. Voor onze chauffeur Robert een heel speciale ervaring. Hij heeft als kind de puinhopen gezien en zag nu voor het eerst de gerestaureerde tempel.

De Ararat ! Zo prachtig door Konstantin Paustovskij beschreven, en die wilden we natuurlijk ook zien. Overdag echter wordt deze grotendeels aan het oog onttrokken door lichte smog en heiig weer. Dus de volgende morgen vroeg op, en om 7.30 uur voerde het busje ons naar een hooggelegen punt boven de stad. Zeer slecht was de Ararat te zien, maar de eeuwige sneeuwkap kwam wel te voorschijn en er werden verwoede pogingen gedaan deze op de gevoelige plaat vast te leggen als het bewijs dat wij hem echt gezien hadden.

Die dag ook verder op weg naar een spoor van Paustovskij. Het in Turkije vlakbij Kars gelegen Ani, tussen 900 en 1100 de hoofdstad van het Armeense rijk, wilden wij bekijken vanaf Armeens grondgebied. Immers sinds 1924 ligt het op Turks territorium. Maar ja, hoe kom je daar? Een bijna onbewoond gebied, zeer slechte wegen. Bij een verlaten pompstation in Anipemza bleek het toch niet zo verlaten te zijn. Binnen enkele tellen stond een aantal dorpsbewoners heftig te discussiëren met onze Nederlandse reisleider Gerard die ook vloeiend Armeens spreekt. Immers het gehele grensgebied, inclusief een flink stuk niemandsland tussen Turkije en Armenië wordt bewaakt door het Russische leger. En… kom daar maar eens door heen. Via een zeer, zeer slechte weg zijn we tot aan de grensafsluiting, hoge hekken, prikkeldraad, gekomen. Maar daar bleef het ook bij. Geen schijn van kans en dus konden wij Ani in Turkije niet aanschouwen. Voor sommigen van ons een hele teleurstelling. Maar enige kilometers verderop werden wij verrast door Gerard. Via de grensrivier Akhuryan arriveerden we voorbij Gyumri bij de midden uit het landschap verrijzende kathedraal Marmashen, gedeeltelijk ruïne, uit het tijdperk van de oude Armeense hoofdstad Ani.

Wij vervolgden opnieuw langs Gyumri onze weg naar Spitak. Op 7 december 1988 werd deze stad en omgeving zwaar getroffen door een aardbeving. Dit kostte ongeveer 25.000 mensenlevens. Er is inmiddels hard aan nieuwbouw gewerkt en de kerk in het centrum is inmiddels gerestaureerd. Vlak na de aardbeving is er boven de stad een kleine Armeense kerk gebouwd van blik, wat met de zon erop schijnend een oogverblindend gezicht is. Haar stralen schijnen over de vele graven van hele families. Aan het eind van de middag arriveerden wij in onze overnachtingsplaats Vanadzor. Al genietend van een heerlijke Armeense maaltijd met ons zevenen, besloten wij de avond met een wandeling door een schaars verlichte stad terug naar ons hotel.

De volgende dag gingen we op weg naar het dorpje Akhtala voor een moeilijk te bereiken klooster dat geheel was omgeven door het afval van een kopermijn en -fabriek. De mijn dateert al van 700. Het was ongehoord smerig maar tegelijk ook wonderbaarlijk mooi, een vreemde combinatie. Deze hele dag reden we door het dal waarover Paustovskij tijdens zijn treinreis spreekt, de Debedvallei. Inderdaad een prachtig dal, waar wel goederentreinen reden, zeker geen personentreinen. De laatste bleken alleen maar ’s nachts te rijden, dus geen optie voor ons. Na overleg dan maar op weg naar de kloosters Haghpat en Sanahin en de eeuwenoude brug van Alaverdi. Hoewel we dus niet de treinreis van Paustovskij maakten, hebben we wel het door hem beschreven prachtige dal zeer goed kunnen bewonderen.

De eerste plaats die we de daaropvolgende dag bezochten, was het klooster Haghartsin. Onderweg reden we door Russisch dorpen van oud-gelovigen die al in de tijd van Catharina de Grote werden verbannen, vaak naar Siberië, maar dus ook naar Armenië. Heel bijzonder om te zien hoe verschillend die dorpen zijn en hoe duidelijk Russisch de bevolking nog na tweehonderd jaren is. Door nu naar het eiland in het meer van Sevan waar we de klim naar de kerk maakten waarover Mandelstam al schreef: het klooster Sevanavank. Bij de kerk vonden we een khachkar waarop Jezus afgebeeld staat als een Mongool. De bedoeling was, dat dan de Mongoolse overheersers de Armeniërs met rust lieten. Een prachtig uitzicht was de beloning van de klimpartij.

De dag die nu nog voor ons lag, had de langste rit in zich van ongeveer 350 kilometer. Als eerste bezochten we het kruisstenenveld bij het dorpje Noratus. Een enorm terrein vol met Armeense khachkars. Buitengewoon indrukwekkend en de details zijn vaak van een ongekende schoonheid en ouderdom. In Dzoragyugh vonden we dankzij Ria zelfs een witte khachkar wat echt heel bijzonder was. Via een prachtige hoogvlakte en bergpas kwamen we uit bij de veertiende-eeuwse Selim karavanserai. Het was heel bijzonder dat juist op deze verlaten plek een moderne karavaan passeerde: vanuit in Dubai gekochte fourweeldrive auto’s.

Na een lange maar prachtige tocht kwamen we tenslotte bij de grens met Nagorno Karabach. Een uurtje later waren we in Stepanakert waar we in een bijzonder motel werden ondergebracht. Nu we toch in Nagorno Karabach waren, namen we de kans te baat om een van de mooiste kloosters in het noorden, klooster Gandzasar, te bezoeken. We hadden ook de tijd om de markt en de oude stad van Stepanakert te bewonderen. In de namiddag bij het invallen van de avond was een lange tocht naar Skhtorashen, de oudste boom van de voormalige Sovjet-Unie, van wel 2.000 jaar oud. Buitengewoon indrukwekkend. Heel bijzonder was, dat we toen het donker werd, we de roep van de jakhals hoorden. De weg was in zo’n slechte staat dat onze chauffeur zijn allerbeste rijkwaliteiten moest benutten.

Nu begon de terugweg. We bezochten eerst Shushi, de oude hoofdstad die als laatste door de Armeense troepen werd ingenomen. Als dat niet was gebeurd, dan zou Nagorno Karabach niet zelfstandig zijn geworden in 1991. De stad moet prachtig geweest zijn, maar lag nog steeds grotendeels in puin. Een moskee werd ten tijde van ons bezoek hersteld, terwijl er geen moslim meer woonde! Er woonde overigens nog maar tien procent van de oorspronkelijke bevolking. De kerk was reeds in volle glorie herrezen.

En dan eindelijk naar klooster Tatev, de plek waarvoor Niesje was meegegaan, en dat was op alle punten zeer bijzonder. In Sisian hebben we gegeten en bracht de chauffeur op z´n Armeens toosten uit. Uiteraard zonder zelf een druppel alcohol te gebruiken. Werner, Gijs en Niesje deden daar ook aan mee. Vooral de toost van Niesje op de moeders van de zonen was heel bijzonder.

Vanuit Sisian naar de vallei die naar kuuroord Jermuk loopt, om daar een meer dan fantastisch basaltorgel te bekijken. Hier vandaan gingen we op weg naar Echmiadzin, de zetel van de Armeense patriarch, de katholikos. Onderweg kregen we een beter zicht op de Ararat dan dat we eerder hadden.

De laatste dag in Yerevan brachten we een bezoek aan de boekwinkel, het prachtige museum Matenadaran met de schitterende handschriften en het stukje uit de Ark van Noach. Tenslotte ook nog naar het Armeense genocidemonument en -museum. Als afscheid genoten we van een wonderbaarlijk waterorgel voor het nationaal museum op het Republic Square.

Vele groeten van Elly, Gijs, Marianne, Niesje, Netty, Ria en Werner

(spelling van plaatsnamen en bezienswaardigheden bijgewerkt door Gerard)


armenie reizen recensie


Mon, 28 Dec 2015 10:14:17 +0100

dag Gerard

Blij je te horen en blij dat je de foto’s van het Gosh meertje mooi vond. Het was een heel mooie wandeltocht.
We bekeken je site en je guesthouse is echt mooi afgewerkt. Je had nog heel wat werk te doen toen wij er waren maar nu is het prima logement.

Veel succes
vriendelijke groet
Trees en Michel

guesthouse armenie

guesthouse armenie


Notes on the Tachinidae of Armenia

by Theo Zeegers

Introduction
In the summer of 2011, I had the opportunity to visit Armenia and collect Diptera. The trip was focused on the eastern half of the country, with the village of Margahovit between Vanadzor and Dilijan as the base. In this contribution I present my results on the Tachinidae.

Short introduction to eastern Armenia
Armenia is largely a mountainous country with an average altitude of 1370m (Holding 2008). Many peaks are above 3000m. The mountain range is known as the Lesser Caucasus and is separated from the Greater Causasus by the large Georgian plain. The southern border of Armenia is formed by the valley of the Arax river at an altitude of about 1000m. A prominent position in eastern Armenia is taken by Lake Sevan at an altitude of 1923m. This region west and northwest of Lake Sevan is known for its rich deciduous forests, dominated by Persian oak (Quercus macranthera), eastern hornbeam (Carpinus orientalis), and to a lesser extent eastern beech (Fagus orientalis) (Shetekauri and Jacoby 2009). Although illegal timbering has diminished the wooded area, there are still some nice parts of primary woodland left.
Important contributions to the knowledge of the tachinid fauna of Armenia have been made by Richter (1967, 1972), who collected herself in the area. She ran a Malaise trap in 1965 at Hankavan [in Russian ‘Ankavan’], which is only 18km southwest of our base at Margahovit.

Materials and Methods
All localities visited are shown in Fig. 1, with the corresponding dates and altitudes listed in Table 1. Diptera were collected between June 20th and July 10th. During this period a Malaise trap was kept running at Margahovit.


Figure 1. Collecting localities in Armenia. See Table 1 for a list of the localities and their coordinates.

I have followed Beglaryan (2011) in the transcription of names of localities. The transcription of Armenian names is by no means a trivial undertaking, since the Armenian alphabet consists of no less than 38 letters. The transcription from Russian transcriptions of Armenian names can differ.

Table 1. Information on collecting localities (see locations on map in Fig. 1).
1. Margahovit (Lori Prov.), 40°43N09.7ON 44°38N38.6OE, 1900–2300m, 20.vi–10.vii.2011 (also Malaise trap). Figs. 3–4.
2. Margahovit Pass (Lori Prov.), 40°42NN 44°39NE, 2100–2400m, 1–2.vii.2011.
3. Meghradzor, north of (Kotyak Prov.), 40°38NN 44°40NE, 1900m, 2.vii.2011.
4. Tsaghkadzor, Mount Teghenis (Kotyak Prov.), 40°31NN 45°44NE, 2300m, 3.vii.2011.
5. Alfabet Monument, north of Arhashavan (Aragatsotn Prov.), 40°25NN 44°22NE, 1750m, 30.vi.2011.
6. Gosvahank (Tavush Prov.), 40°45NN 44°59NE, 1500m, 6.vii.2011.
7. Barepat (Gegharkunik Prov.), 40°41NN 45°06NE, 1400–1700m, 5.vii.2011.
8. Drakhtik – Kalavan (Gegharkunik Prov.), 40°37NN 45°09NE, 2200m, 4.vii.2011.
9. Shorzha, at north shore of Lake Sevan (Gegharkunik Prov.), 40°30N40ON 45°15N31OE, 1910m and 2200m (hilltopping), 4.vii.2011. Fig. 5.
10. Noravank, Yeghednadzor (Vayots Dzor Prov.), 39°41NN 45°13NE, 1200m, 27.vi.2011.
11. Spardarian Lake (Syunik Prov.), east of Vorotan Pass, 39°42NN 45°45NE, 2100m, 27.vi.2011.
12. Base of Mount Tsghuk, northeast of Sisian (Syunik Prov.), 39°39NN 46°06NE, 2750m, 25.vi.2011 and 2900m, 26.vi.2011. Fig. 6.
13. Mount Khustup, west of Tsav (Syunik Prov.), 39°08NN 46°20NE, 2600–2700m, 22.vi.2011.
14. Lehvaz, north of Meghri (Syunik Prov.), 38°56NN 46°13NE, 700m, 24.vi.2011.


Figure 3. Meadow at mountain slope south of Margahovit (1923m, locality 1). The oxeye daisy, Leucanthemum vulgare, is the dominant flowering plant. Yellow arrow points to Malaise trap located between bushes and pond.


Figure 4. Meadow at Margahovit valley (just north of locality 1) with mass occurrence of Gladiolus and to a lesser extent dropwort, Filipendula vulgaris.


Figure 5. Hilltop at northern edge of Lake Sevan (2200m, locality 9). An excellent location for observing hilltopping Tachinidae.


Figure 6. Alpine meadow at base of Mount Tsghuk (2900m, locality 12).

Acknowledgements
I would like to thank Esther van den Heuvel (Soest, The Netherlands) for her help in collecting Tachinidae and Gerard (Margahovit, Armenia) for his excellent guidance during the trip. Joachim Ziegler (Berlin) kindly provided relevant information from his experiences in Iran and gave assistance with an identification in the genus Germaria.

De Engelse tekst is letterlijk overgenomen uit het wetenschappelijke tijdschrift The Tachinid Times (nummer 25, pagina 9-13, februari 2012).

Dit is een wetenschappelijke verhandeling over nieuwe en reeds bestaande soorten van de alom bekende dazen, steekvliegen of tachinidae in Armenië. Daarbij beschrijft Theo de vindplaatsen, gebruikte materialen en methoden, alsmede heeft hij een eensluidende bronvermelding opgenomen.
Deze individuele reis Armenië was tegelijkertijd ook een wandelreis Armenië. Esther en Theo reisden drie weken met Armenië Reizen, met reisleider Gerard, een Nederlander die al 20 jaar in Armenië woont, in Margahovit. In het noorden, in de directe omgeving van de camping van Armenië Reizen, zijn tijdens deze reis door Armenië wandelingen en trekkings gemaakt, veelal op maat gemaakt, gecombineerd met vele bezoeken aan niet-toeristische of authentieke Armeense kloosters en dorpjes. Daarbij is ook gebruik gemaakt van een Russische jeep. Zodoende kon het ruige zuiden van Armenië ook worden bezocht, met daarbij onverwachte ontmoetingen met de lokale bevolking en heerlijke maaltijden uit eenvoudige, Armeense keukens.
Het is mogelijk om mee te gaan over dezelfde route die Esther en Theo maakten. Tijdens deze reis bewonder je zeldzame soorten bloemen, vogels en vlinders. Maar gewoon genieten van de echte stilte op afgelegen bergtoppen is misschien wel net zo indrukwekkend.


laatst bijgewerkt: 27 februari 2016